Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naast Steinlen aan de redactietafel zit, als vriend en gast, Aristide Bruant, steunpilaar van het Cabaret op den boulevard Rouchechouart."

„Jules Goudeau geeft in den Chat noir korte humoresken, die in de schildersateliers zeer worden gewaardeerd en die de literatoren prijzen om den pittigen stijl."

„Henri Rivière heeft in het weekblad humoristische teekeningen en zeer goede illustraties gegeven bij den tekst van begaafde letterkundigen, zooals bij (de novelle) La Casserole van Oscar Méténier, ook een welbekend type uit den kring der Montmartrianen."

Ook de deftige Caran d'Ache was een trouw medewerker. En zoo velen meer. Ook onze landgenoot Henricus."

Dit zij aan Frits Lapidoth's artikel ontleend.

Nog wil ik vertellen dat Salis zich reeds vroeger had doen uitroepen tot „roi de Montmartre."

Later ging de chat noir „reizen'*, de provincie in, en die reizen waren even zoo vele triomfen. Ten slotte werd Salis moe. Hij trok zich terug in het kasteel Nintré. Drie maanden later stierf hij. In 1896 verdween de chat noir. In 1907 heeft Johan Chagot haar weêr als een phoenix uit hare assche doen verrijzen.

Nu ga ik over tot enkele, door mij genoemde cabarettiers, steunpilaren van de chat noir. Bijna alle, ook later door mij te bespreken, zangers of dichters zijn daar wel eens opgetreden.

EMILE GOUDEAU

Goudeau was niet zoo maar 'n dichter, niet zoo maar 'n liedjeszanger, doch ook 'n zeer fijn letterkundige en oprichter van 't exclusieve letterkundig gezelschap „les Hydropathes." Bovendien 'n beroemd romancier en 'n goed Graecus. Hij was de eerste, die de letterkunde, meer bepaaldelijk, op Montmartre bracht en, hy was om zoo te zeggen, de rechterhand van Rodolphe Salis. Bekend zijn van hem o. m. les voyages d'A Kempis, Fleurs de Bitume, Poèmes ironiques. Ook was hij hoofdredacteur van „le journal les Quat'-z Arts."

Hieronder volgen eenige coupletten (1, 3 en 4) uit een vers, getiteld : L'impossible rêve.

Sluiten