Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als kind van zes jaar heb ik al van 't tooneel gehouden en ik heb altijd wel gevoeld dat ik iets, wat dan ook, op artistiek gebied zou praesteeren. U moet 't niet verwaand vinden, ik zeg 't maar als feit: Op dat gebied ben ik de eenige, omdat ik speciaal componist ben. De meeste liedjes heb ik niet eens op papier. Ik heb ze in m'n hoofd en dan zing ik ze en er mankeert geen noot aan. Wil ik iets uitgeven, dan zet ik 't op schrift, maar anders .... 't houdt me te lang op. Ik zei dat ik componist ben. Maar eigenlijk is dat woord te gewichtig, want ik heb b.v. nooit compositieles gehad. Ik ben als 'n Zigeuner, die op de viool speelt en voila tout. Ik luister maar of 't melodieus is. Ik heb heel gewoon pianoles gehad. Later dacht ik wel eens : „Zal ik eens compositieles gaan nemen ?" „Nee" dacht ik dan weer „me niet binden."

Ik maak geen genre, dat populair zal worden, zooals Witte. Of, om iemand anders te noemen, zooals Davids. Ik maak wat muziek, die prettig in 't gehoor ligt, maar 't zal heusch niet op straat gezongen worden. Voor volksmelodieën voel ik niet veel. 't Klinkt al gauw zoo banaal. En toch kan ik wel honderd maal dat lied „In 't bosch" van Davids hooren, en 't verrukt mij altijd, maar 't is nou eenmaal mijn genre niet."

Sluiten