Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerder als groeten en machtigen hebben erkend. Hildebrand zou niet opnieuw der hollandsche taal „het staatsiegewaad hebben moeten uirtrettor,» ^* u~aj'L:-. _.VTB ^CWdaa

■mr ii . m—. —wj , uo.1 ïiauucii zii reeas eeaaan —.

Multatuli niet van voren af aan tot puinhoopen hoeven te rameien, wat zij reeds hadden verbrijzeld, — de mannen van '80 zouden het verschrikte Holland niet als beeldensTorrnenS revolutionnairen verschenen zijn : veel van het essentieele dat dezen hebben verkondigd, hadden ook zij ingezien

Sf,ng^fh?VCn miI?ï?0& tot bl°eienden akkergrond van" hun kunst gemaakt ). De volheid van hun beider tot

^;aTfinSm7t6n gemt'? geen .der moderne vrouwen ten deel fnlt! Zoo moest & t t hen gaan> vó6r ovef

spreken, want het was mij, of ik, hen huldigend, den grooteren oorlof tot spreken over de kleineren vroeg .... Moeë de eene onzer tijdgenootelijke kunstenaressen hen op zijde strekt- kloekheid .en stoerheid van taal ; de andere in de gelukkige vereeniging van sociaal en aesthetisch inzicht; een derde zich hun verwante voelen in het hooge vermogen een psychologisch begrip tot een levend mensch om te beel-

) Het zij mij veroorloofd hier twee aanhalingen te geven, een uit het kortelings verschenen nieuwe deel van Klooi', Nieuwe LU. Cesch. en een uit de Voorrede voor den tweeden druk van de Sara Burgerhart die in sterke mate voor de waarheid dezer bewering getuigen. (De cursr^eering

£2 Ui* NieUm Lit Gesch- * van Kloos: „Maa^ XTrff

ti,den gestadig voortgaan, kunnen wij verder en ruimer-ziend staan dan hij

SiZi l • n°i rrm00ht- En w« vn«8n dus nïet langer aan een retoh schrijver: Hebt gij dat, wat gij schrijft, werkelijk zóó gezien van uw observatieplaatsje, en lijkt het dus haarfijn op wat gij waarnaamtmaar uitsluitend: Zou, wat gij schrijft, reëel kunnen zijn? d. w zifhet georganiseerd in zijn fijnste elementen tezamengesteld, van binnen en van SeTd dat° w h61 . de^rke»jke merkelijkheid óók zou moeten wezen, gesteld dat het daar een deel van uitmaakte, en niet alleen maar bestond op t papier?' u

^e^vennUofd^';VL0rrede,,,, Vf" Sara Bureerh^t: ;,Men heeft in bedenking SSïïïï' * • ^6 a"ersleStste karakters niet te sterk, te overdreven gesohüdert zijn; men heeft gevraagt: zijn er zulke menschen; ja, en da?

IT^a*' UTm 6r Zulke menschen Wij vinden het niet nood¬

zakelijk de eerste vraag duidelijk te beantwoorden, dewijl wij zeker gerechtvaardigd zijn zoo rasch men begrijpt, dat zij er zijn kunnen -, méértoSJ, wij m dit opzicht niet te bewijzen". w*m

Sluiten