Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openscheurde en mij deed begrijpen : zoo zijn er dus waarlijk kind-meisjes, die reeds in haar prilste jeugd, het verlangen, de neigingen naar en de begrips- en gevoelsgaven van het moederschap in zich dragen. Deze kinderen zullen wel doorgaans bij hun spel, op school, niet minder volkomen dan hun genootjes in de sfeer der kinderlijkheid leven ; misschien, zelfs wanneer zij met hun poppen spelen, geraken zij daar nauwelijks uit; maar zoo zij een jonger kind ontmoeten, dat, door affiniteit met hun wezen wellicht, diens diepen kern wakker roept, dan voorzeker zien zij zulk een kind niet uit de sfeer der kinderlijkheid, maar met den verliefden, den dieppeilenden, den omvademenden blik van het moederschap. Zij worden zich dan natuurlijk niet bewust dat zij dit doen — hun onontplooide ikheid mist nog vooralsnog het actieve dualisme, noodig voor zelf-observatie — zij kénnen ook hun eigen ontdekkingen niet, maar deze bezinken in hun onbewustheid, en eens stijgen zij daaruit op en verleenen plots, terwijl het bewustzijn der jonge vrouw nog ledig is van nagenoeg alle andere diepere, schéppende menschenkennis, daar waar het kinderen geldt schatten van wijsheid en begrip, aldus haar makend tot een heerlijke, wijze opvoedster en moeder en, is zij kunstenares, tot een verrukkelijke beelder van het kinderleven. — Welnu, zulk een kind-meisje moet Ina Boudier-Bakker zijn geweest en niet aan haar heugenis van eigen kind-zijn vooral maar aan de schatten die haar kind -ziel ontving van eigen vroeg-ontloken moederlijkheid, daaraan heeft de Nederlandsche literatuur het te danken, dat zij in de beide bundels Kinderen en in Bloesem een reeks van kunstwerkjes bezit waarvan het eene somtijds wel het andere overtreft, maar niet één, ik zeg het met nadruk, beneden het peil van het meesterlijke daalt. Want hetzij gij nu leest een schetsje als V o o r ' t Eerst, bijna zonder „inhoud" en toch zóó, dat, hebt ge 't ten einde gelezen, de emotie U kropt in de keel.... een klein schetsje met niets dan de blanke, schuchter-blije, als stil-verwonderd openluikende lentebloei van het kind-zijn, hetzij gij medeleeft met verhaaltjes als J e t j e en V a d e r, kinderen in angst en verdriet door de daden en tekortkomingen van volwassen menschen; dan wel de schrijfster, zooals in D i r k, het vroeg-versomberde zieltje van het

Sluiten