Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,„,0 ! gezond !...." zei Sien, ,,,,da's puik ! . . . . maar 'k heb veel lasten".

„„En is 't ie goed voor je ?" vroeg de moeder. Zij vroeg het onbevangen, of nooit het vertrouwen van moeder en kind tusschen hen verstoord was geweest, en Sien antwoordde, argloos ook :

,, „Hij het z'n gebreken, hè ? . . . . maar anders zoo goed as de beste . . . . 'k Heb geen klagen .... en achttien gulden in de week vast . . .."

„,,Ik zal 't niet meer beleven", zei de zieke, met een plotselinge zwenking der gedachten, en voor het eerst kwam er iets van verlangen en nog hangen aan het leven in haar gelaat.

„Sien was opgeschrikt. „„Wat zeit de dokter ?" vroeg ze haastig. „„Hei je veel pijn ?"

„„Ze hebben 't je geschreven . . . . 't begin van het eind", zei de zieke ; en verder praatte zij niet over zich-zelf.

„Toen gaf zij nog, met dezelfde goedheid van oüd, uitgeleefd moederdier over haar zwakke gezicht, al wat zij wist aan raad voor de aanstaande bevalling.".

Was het niet weer de moederlijkheid, die de kunstenares zóó de moèder deed verstaan ?

Ik zou wel willen dóórschrijven over dit boekje ; ik zou èlk detail van schoonheid, dat ik vond, 't zacht om en om wendend met mijn streelende handen en dan eindelijk, noode zelf ervan opziende en de kostbaarheid hoog en roerloos houdend tusschen de even aanrakende vingertoppen, u willen toonen. Ik zou, arme dwaas, dan uw glimlach van opgetogen bewondering mij willen zien tegenlachen, die glimlach, die alleen der kunstenares-zelf toekomt .... Laat mij er niet aan toegeven, zeer zeker ware zulk uitweiden hier misplaatst. Maar iéts is er toch nog in dit werk, waarop ik u tot beter begrip van onzer schrijfster psyche nog moet wijzen : de verschijning van het religieus gevoel, van een liefde, die men niet anders dan religieus van aard zou kunnen noemen. De nog min of meer zwakke aanduiding van het treden van des auteurs geest in deze sentimentensfeer vindt men in het volgende stukje, dat een deel der beschrijving uitmaakt, hoe Sprotje voor haar huwelijk met Hein haar huisje inricht: „En iedere maal, dat zij, die

Sluiten