Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een overschattend oordeel betreffende den eigen tijd op mijn hoede te zijn, een symptoom van verbetering durf noemen.

Laten we dus voorloopig althans eenige verbetering durven constateeren, en tevens wijzen op een verschijnsel, dat nog duidelijker bij vergelijking van eind-XIXde en begin-XXste-eeuwsch répertoire in 't oog valt: het zéér belangrijk toenemen van het oorspronkelijk Nederlandsche

W*Dit laatste verschijnsel mag het meest belangrijke heeten. Voor den bloei van een tooneel is het vóór alles noodig, dat een nationaal répertoire den grondslag van zijn voorstellingen vorme. Ik heb deze stelling elders *) uitvoerig verdedigd ; en, daarheen verwijzend, bepaal ik mij thans ertoe op te merken, dat het voor een zuivere gebarenkunst noodig is, dat de speler en speelster de gevoelens welke zij uit te beelden krijgen, in hun wezen en in hun tot verschillende handelingen voerend verloop, geheel kunnen meegevoelen ; hetgeen bij eigenlandschen tekst in belangrijk sterker mate het geval pleegt te zijn dan waar het stukken van vreemden oorsprong geldt. Zelfs bederft de acteur zijn kunst voorgoed, als hij die geregeld toepast ten opzichte van werk, dat hij niet ten volle kan meevoelen. Dit heb ik in de hiervoor geciteerde redevoering, met aanhaling van eenige — naar ik geloof : veelzeggende — voorbeelden uit de practijk van het tooneelleven, betoogd; echter vooropstellende, dat de waarlijk groote kunstwerken van de tooneelletterkunde der eeuwen zoo veel algemeen- en groot-menschelijks bevatten, dat die, uit welke nationaliteit en uit welken tijd ze ook mogen stammen, niet dan tot schade voor onze beschaving op eenig tooneel kunnen

') Zie Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde over 1917, Bijlage II.

Sluiten