Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voornamelijk te danken aan het feit dat, na de eerste zes jaren van het bestaan der vereeniging, Herman Heyermans haar geregeld zijn stukken heeft laten opvoeren. Die stukken beleefden een ongekend groot aantal voorstellingen; en hadden zooveel éclat, dat men daardoor, vooral buiten Amsterdam, de .Nederlandsche Tooneelvereeniging' als „het Heyermans-gezelschap" ging beschouwen ; het gezelschap, dat ,Heyermans' speelde ; en dan, nu ja, zoo nu en dan ook nog wel eens iets anders. Inderdaad was de toestand geenszins zoo. De ,Nederlandsche Tooneelvereeniging' heeft twintig jaar lang én het beste speelbare werk van eigen land- en tijdgenooten, én het belangrijkste moderne werk uit het buitenland, én veel van de klassieken voor het

Amsterdamsche publiek gebracht. Alleen dit laatste is

misschien te veel gezegd ! „Het Amsterdamsche publiek" heeft zijn belangstelling op bedenkelijk-eenzijdige wijze getoond voor Heyermans' werk ; en heeft — over het algemeen — aan de andere praestaties van dit gezelschap niet die aandacht gegeven, die deze toch evenzeer verdienden. Een merkwaardig bewijs — voor wie het nog niet wisten —, hoeveel meer werk dat eigentijdsche sociale belangstelling en sympathieën bevredigt, op de menigte vermag, dan enkel artistieke bekoorlijkheid.

Om iets van het repertoire van dit gezelschap te noemen : men speelde o.a. Hooft's Warenar, Brederoo's Spaansche Brabander, Langendijk's Wederzijds Huwelijks Bedrog. Het schijnt mij zeer goed gezien, dat men de vaderlandsche klassieken in de eerste plaats met b 1 ij s p e 1 e n introduceerde; althans bij het publiek van den Hollandschen Schouwburg. Van de moderne vaderlanders noem ik, behalve dan Heyermans, wiens stukken hiervoor reeds nader zijn genoemd, Boudier-Bakker (,Verleden' en ,Het hoogste recht'), Van Eeden (,Het Poortje', ,Don Torribro' en ,Het

Sluiten