Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar jaar een boekje over haar tooneelloopbaan kon inspireeren, waarin men vergeefs zal zoeken naar iets over kunstopvatting of „rollenstudie"—Als ik een nieuwe rol heb „kijk ik hem eerst eens in, en dan denk ik : wat voor kleeren heb ik daarvoor noodig," zoo zegt mevrouw Theo ongeveer ; en mijnheer Louis noemt ook in een dergelijk verband als het eenige wat hem bewust steun geeft bij 't zich inleven : kleeding en grime — zie de vorige noot. De rest is: „gave".

Het verschil betreft, zooals ik reeds aangaf, meer de karakter-eigenschappen. Mevrouw Mann-Bouwmeester is minder moeilijk in den omgang met, minder veeleischend ten opzichte van hare directie ; — haar loopbaan vertoont dan ook belangrijk minder variaties ; en zij heeft het meer vrouwelijk-plichtgetrouwe bij het instudeeren van nieuwe rollen ; zoodat zij wel iets meer met de literaire beweging van onzen tijd is meegegaan ; al bleef een rol als ,Marguerite Gautier' haar het dierbaarst.

Haar lievelingsrollen dan zijn behalve deze Frou-Frou, Tosca, Magda (in Heimat), Medea, Maria Stuart, Sappho, Hanna in ,Voerman Henschel', Suzanne d'Ange in Dumas' 'Demi-Monde', Madame Sans-Gêne. Verzen-zeggen doet zij — in tegenstelling met haar broer — slecht ; er is dan iets gemaakts, en iets huilerigs in haar stem. Maar zij is dan ook wel zoo verstandig om zéér weinig verzen-rollen te spelen.

Ongebreideld door maatgang, in het proza van 'tdagelijksch leven, zich te laten gaan in een rol van gevoel, van hartstocht — of in één van schallende Volkstümlichkeit—, ziedaar haar genre, terwijl zij de laatste vijftien jaar — haar zeventigsten verjaardag heeft zij als dit boekje verschijnt, reeds gevierd — de macht van haar gevoel ook in de meer bedwang-eischende moederrollen heeft getoond; ik denk aan haar ontroerende creatie in ,Zeventien jaar'.

Sluiten