Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«•» „Kindje toch!" —•

Tante's hef, eenvoudig gezicht boog zich uit het nu opengeschoven raam.

— „*t Is net of je te beraadslagen staat: zal ik nu naar binnengaan — of niet?"

— „Och!" — kwam Liesje verlegen. — „Maar eventjes dan, hè tante?" — aarzelde het kind, toen de jonge mevrouw zelf 'r opendeed.

— „Zoon haast, madame?" — vroeg deze. — „„Vreeselijk" veel strafwerk — of „ontzettend" veel huiswerk? En heelemaal geen tijd voor een knuffeltje met de oude tante, hé?" —■

Liesje ging er niet op in, doch met eene lievere, zachtere uitdrukking, in de eerst zoo norsch-starende oogen, keek ze op naar de meest geliefde van alle tantes.

Gearmd gingen ze naar de zitkamer.

— Hè! Wat rustig hier! Heerlijk! al die bloemen! Op een laag stoeltje viel ze kinderlijk lawaaiig neer,

éven bevrijd van haar narigheid.

Zoo heel anders dan thuis, peinsde ze. Zoo in-knus!

Haar tante, dat was eerst een lieverd! Om zoo echt van te hoüen en alles aan te vertellen. Nee, nee; niet alles, want o jakkes! dat griezelige

Nee! Nu maar eens probeeren, er niet aan te denken. Kijk! die tante nou weer's leuk bedrijvig van de theetafel naar het buffet tippelen. Wel! ze deed nog net, als zij, Liesje zelf, en ze was toch niks jong meer, al drie en twintig.

Laatst hadden ze nog samen gebald en gebikkeld

verbeel je bikkelen, dat was van haar, Liesje, al zoo

flauw, kinderachtig!

Sluiten