Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De moeder kromp ineen, alsof ze 'n slag verwachtte.

— „Nora! Vrouw!" smeekte hij.

Zijn hartstochtelijk geloof in haar, deed de overspelige vrouw pijnhjk aan, ze sidderde van wroeging.

— „Huub toch!"

Ze worstelde, om los te komen, om toch maar weg te kunnen, uit deze verstikkende omgeving — waar haar de moed tot 'n leugen ontbrak.

— „Dus heb jij dan toch Nora

Nora!" Zijn stem brak. Hij het haar handen vrij. En nóch schold hij haar, noch wierp hij haar van zich, nóch slingerde hij haar tegen den grond, in zijn diepe vernedering, van beleedigden echtgenoot; er was alleen diepe pijn — die hem deed kreunen — woord voor woord.

•— „Dat je me dit kon aandoen ik ik

kan het denkbeeld...... alleen al...... niet verdragen."

Weer droeg hij haar in zijn armen naar den divan, de jonge moeder.

Weer zaten ze samen op de canapé, het kindje tusschen hen in, dat stopte 'r poppehandje weg, in hun groote menschenhand.

En zijn vrouw bleef zwijgen.

— „Dan is het maar 't best van elkaar te

gaan dan kun jij met dien man..,..."

— „Vader!"

Lies schreeuwde het uit; wanhopig.

Dat haar schuld was het zij Lies had

Sluiten