Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat deed hij wreed te scheiden.

Het was natuurlijk zijn banale jaloezie, die hem zoo deed handelen, omdat 'n ander dan hij zelf, zijn vrouw in de armen had gehouden, haar volkomen bezeten had.

Verdomd! die lafaard!

Nijdig sloeg hij met de vuist op de tafel.

Alsof er niets anders dan haar lichaam was, zoö had hij — Verschoore — gehandeld. En geen hart, dat toch waarschijnlijk aan hèm hing en aan zijn kind.

O! Nu besefte hij volkomen dit:

Al was Nolding zijn vrouw afgevallen, toen ze weer vrij Noor Elten heette, (zoodat ze hem — dien lammeling — dus niet begeerlijk genoeg scheen als wettige vrouw) hèm — Verschoore — bond ze nog met vele banden.

Nog was er het kind. Nog de vele jaren van samenleven als man en vrouw. Nog de familie van haar, aan wie hij zeer gehecht bleef. Kon het teniet gedaan?

Nooit!

Wel scheen een lieve, sympathieke, meer ontwikkelde vrouw, haar plaats geheel en béter ingenomen te hebben, een flinke kameraad, die in zijn werk deelen wilde, wier bewondering hem was streelend gewin.

Maar waar was dat aanhalige, vlemerige, vrouwelijke, dat hij zoo noode miste.

Niet in haar, de tweede.

Eigenlijk moest het inférieur zijn, dat hij nog van zoo sterke, lichamelijke toeneiging voor Noor, was vervuld, 't Maakte hem schuldig, tegenover Anne. zijn wettelijke

Sluiten