Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch — anders niets- Niet eens de zoete troost van zijn kind en het mijne. Daar is alleen hün kind, dat daar waarlijk niet altijd tot mijn vreugde is, zooals ze me soms afsnauwen kan."

Traag verwerkte Lies Anne's laatste woorden: nu— efadelijk ze in verband brengende met de vrouw naast haar.

Die ook gehuwd was — en toch geen

Toen — ineens als door een ingeving begreep ze: Deze „tweede", deze goede, lankmoedige mensch, die niets had gewonnen door haar liefde, haar huwehjk; waarschijnlijk niets dan teleurstellingen, onrustigen twijfel

en die niet eens zou hebben — een kind — van papa.

Hoewel het idee alleen 'r al — in 'r jaloersche genegenheid tot *r vader, bezeerde — was ze toch nü in haar liefde tot Jan, in haar zonnige dankbaarheid te ruim, om niet te willen vatten het moeilijk — verborgen leed van haar tweede moeder.

In volheid van ontzaggelijke liefde, die aanbracht een meevoelend begrijpen, zuchtte het meisje diep. Aarzelend strekte ze haar hand uit, trok die weer even schichtig terug, dan — legde ze haar zachtkens op die van Anne.

Toen keken ze elkaar even aan; zij, Lies, met oogen vol streelend meelijden ~ zij, de tweede — ontroerd — tot schreiens toe bewogen.

Sluiten