Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ander bracht een scbotel. De studenten zeiden tot mijn meester: „Dat u het maal goed moge smaken en, terwijl men voor ons eten zorgt, zullen wij u bedienen." „Neen heeren, neemt plaats, als het u gebeft." De schavuiten antwoordden daarop —< er werd niets tot hen gezegd — „Dadelijk, mijnheer, alles is nog niet klaar." Toen ik zag dat enkelen genood waren, de anderen zich zeiven noodden, werd ik bezorgd en vreesde voor de gevolgen, want de studenten den schotel met sla nemend, die vrij groot was, zeiden zich richtend tot don Diego: „Het zou niet redelijk zijn, dat in de tegenwoordigheid van zoo'n voornaam heer die dames zonder eten blijven. Heer, sta toe dat zij eene bete krijgen." Mijn meester den galant spelend noodde haar uit; zij plaatsten zich aan tafel en tusschen haar en de twee studenten den buit verdeelend lieten zij slechts 'n stronkje en 'n viertal slabladen over, welk restant don Diego kreeg. En toen die vervloekte student hem dit aanbood, zei hij: „U had een grootvader, die de oom was van mijn vader, die bij het zien van sla in zwijm viel — wat was luj een hoogstaand man!" Dit zeggend nam hij een stuk brood, de ander evenzoo. De nimfen namen een heel brood voor haar rekening en hij die het meest at, was de geestelnke, die alléén al met de oogen het eten verslond. De beide schavuiten plaatsten zich ook aan tafel, nadat ze 'n gebraden halven jongen geitebok, twee stukken spek en een paar gekookte duiven hadden binnengebracht, waarna zij zeiden: „Wat, staat ge nog daar, vader? Kom en neem wat, want don Diego onthaalt ons allen." Nauwelijks was dit gezegd, of de pater zat al aan. Toen mijn meester zag, dat

Sluiten