Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ongemanierd schatergelach rondom hem, meende hij de wijste partij te kiezen met te zwijgen en met de schavuiten en de vrouwen in den wagen te gaan. De studenten en de geestehjke gingen gezamenlijk tegen elkaar gedrukt op een ezel zitten, en wij in de koets. Nauwelijks waren wij op weg, of allen begonnen ons te bespotten en er op te pochen dat ze ons zóó bedot hadden. De waard riep ons toe: „Heer groen, een weinig meer van zulk handgeld zal je meer ervaring geven." De kapelaan zei: „Als geestelijke zal ik zorgen dat men u daar missen opdraagt." De vervloekte student schreeuwde ons toe: „Heer neef, een andere keer moet ge krabben als het jeukt, en niet daarna." De ander zei: „Datje de schurft moge krijgen, heer don Diego." Wij deden ons best er niet op te letten, maar de hemel weet, hoe kwaad we waren.

Wij kwamen ten slotte in Alcala, stapten af in een herberg, en den geheelen dag — we kwamen 's ochtends negen uur aan — besteden wij met het uitrekenen van de kosten van den vorigen maaltijd, maar konden daarmede nimmer tot klaarheid komen.

Sluiten