Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pakten mij beet, terwijl zij hun medelijden betuigden. Don Diego pakte mij aan den middelvinger (38), en eindelijk gelukte het met hun vijven mij omhoog te lichten. Bij het weghalen van de lakens gilden ze het zóó uit van de pret bij het zien van eene struif —- niet het onschuldig restantje van een jong duifje maar een geweldige geschiedenis van een grooten doffer (38 a) — dat de kamer bijna instortte. „Arme jongen" schertsten nog de aartsschelmen, terwijl het weinig scheelde, dat ik flauw viel van schaamte. „Heer Diego, trek hem flink aan zijn middelvinger," en mijn meester met de bedoeling om mij te helpen deed zóó zijn best dat hij dien uit het lid trok. Hierna kregen ze het in den zin om mij de dijen samen te binden (38p) zeggend: „De stumperd bevuilde zich zonder twijfel, toen hij onpassehjk werd."

"Wie zal zeggen wat er in mij omging deels uit schaamte deels uit angst dat ze werkelijk mijne beenen zouden vastbinden. Kortom uit vrees dat ze dit zouden doen .— zij bonden mij reeds de dijen samen met koorden maakte ik dat ik braakte, en het was meer dan tijd dat ik het deed, want de schurken die met snood overleg te werk gingen, hadden door hard te trekken reeds de koorden twee vingers diep in iedere dij gedrukt. Ze scheidden er toen mee uit, zeggend: „Hemel, wat ben je 'n flauwe vent!" Ik huilde van woede, waarop zij mij met nadruk toevoegden: „Het is heel gezond, dat je je bevuild hebt, hou je maar kalm." Daarop legden ze mij in bed, na mij te hebben gewasschen en gingen heen. Nauwehjks was ik alleen, of ik raakte aan het overpeinzen, hoe mij in Alcala in één dag veel erger dingen waren overkomen dan alles wat met Cabra was gebeurd.

Sluiten