Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De reden van mijn overpeinzingen en studies," hernam hij, „is deze, dat ik onlangs te maken had met een schijnstoot, een truc, van de tegenpartij, namelijk een uitval van een kwartcirkel, gemeten met een groot formaat passer; nu is het de quaestie den degen van den tegenstander in bedwang te houden en dezen te dooden zonder hem den tijd te laten tot biechten, opdat hij niet te weten kome, wie hem dien stoot heeft toegebracht." Hij ging voort dat uit te leggen met mathematische termen. „Is het mogelijk," vroeg ik, „dat hier de mathematiek in het spel is?" ■— „Niet alleen mathematiek, maar theologie, philosophie, muziek en geneeskunde." — „Wat die laatstgenoemde wetenschap betreft, daaraan twijfel ik niet, want bij deze is het toch ook de quaestie om te dooden" (29). — „ Gij behoeft er niet den draak mede te steken," hernam hij, „want gij zult nu een afweerstoot van mij leeren en ook de wijze van het toebrengen van zwaardere kwetsuren, waartoe ook behooren de spiraallijnen van den degen." .— „Ik begrijp tittel noch jota van hetgeen gij nuj zegt." «— „AVelnu, in dit boek vindt u alles, het heet: „„De voortreffelijkheden van het rapier"" (56): het is een uitmuntend werk en het bevat verwonderlijke dingen. En opdat u het zult gelooven, zeg ik u dat gij mij in Rejas, waar we moeten overnachten, mirakelen zult zien verrichten met een paar braadspitten, en dan zult u niet meer betwijfelen dat hij, die dit boek bestudeert, zooveel heden kan dooden, als hij maar wil." — „Als dat waar is dan een van beiden,' zei ik, „of dit boek leert de methode om pest te verwekken, of het is geschreven door een geneeskundige" (29). — „'n Doktor zeer zeker, in ieder geval een groot geleerde."

Sluiten