Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God er om gebeden heb, is bet mij meegeloopen. En daar wij de bedrevenheid van zijn vingers en handgewrichten niet kenden, geloofden wij hem; en de krijger zwoer niet meer te zullen spelen, hetgeen ik eveneens deed. „Dat de duivel mij hale," zei de arme vaandrig (want hij zei mij toen, wie hij was), „ik heb onder Christenen en mooren geleefd, maar ik heb nooit zoo'n berooving ondergaan." De hermiet glimlachte bij al wat wij zeiden en begon zijn rozenkrans af te lezen, gebeden prevelend. Ik die geen rooien duit meer had, vroeg hem, of hij mijn avondeten en ons beider logies wilde betalen tot onze aankomst te Segovia, daar wij geheel uitgekleed waren. Hij beloofde het te doen, verorberde 'n zestig eieren — zoo iets zag ik in mijn leven niet! — waarop hij zei zich ter ruste te zullen begeven. "Wij sliepen gezamenlijk in eene groote zaal met andere lieden, die daar eveneens verbleven, omdat de kamers door anderen waren in bezit genomen. Ik legde mij ter ruste, zeer verdrietig gestemd; de soldaat riep den waard en gaf dezen zijn papieren in een tinnen bus en een bundeltje afgedragen hemden in bewaring. Wij gingen slapen, de hermiet maakte het teeken van het kruis, en wij kregen van hem den zegen; hij sliep in en ik bleef wakker, overleggend hoe ik hem het geld afhandig zou maken. De soldaat sprak in zijn droom over de honderd realen, alsof hij ze niet onherstelbaar kwijt was.

Toen het tijd werd op te staan, vroeg hij heel haastig om een licht; men bracht het hem en de waard gaf hem het bundeltje, vergetende de papieren. De arme vaandrig deed het huis van zijn geschreeuw schudden, eischend dat men hem de

Sluiten