Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ander, die bezig was met eene oude vrouw een praatje te maken, hem in het oog kreeg. Het was toen merkwaardig om te zien, hoe de man al maar om hem heen draaide, als een jachthond doet om het wild, alvorens zich daarbij op den grond neer te leggen. Hij maakte meer kruisen dan iemand die den zegen uitspreekt en ging eindelijk weg, mompelend: „Jeóuó, ik dacht dat hij het was; die zijn ossen kwijt is .. ." etc. (11). Ik lachte mij half dood, toen ik zag, hoe mijn vriend zich bij dit voorval gedroeg. Vervolgens ging hij in een deurportaal om zijn leeuwenmanen weer in orde te maken en de pleister af te nemen, tot mij zeggend: „ Dit zijn de hulpmiddelen om van onze schulden af te komen. Leer dit van mij, broeder, want gij zult in deze stad duizenderlei van die hsten in praktijk zien gebracht."

^Vij hepen verder en aan een hoek van de straat gebruikten wij — het was nog vroeg in den morgen — twee sneden koek en een slok brandewijn bij een van de vrouwelijke leden van ons gilde, die het ons voor niets gaf, na mijn leermeester het welkom in de stad te hebben toegewenscht. Deze merkte daarbij op: „Hiermede kan een mensch, wat het eten aangaat, onbezorgd den dag te gemoet zien, immers, al mocht het ons nog zoo slecht gaan, dit kan men ons niet ontnemen." Bij de gedachte dat het twijfelachtig was, of wij eenig eten zouden hebben, was ik treurig gestemd en ik gaf hem deze bekommernis uit naam van mijn maag te kennen, waarop hij antwoordde: „ Gij hebt weinig geloof in den eeredienst en in de orde van de ridders Van den weg (12). De Heer laat het den kraaien en raven aan niets ontbreken, zelfs den klérken en den

Sluiten