Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten voorbereiden om mij, als ze mij in den nacbt op straat zagen, de hersens in te slaan en dat zij nuj zouden herkennen aan den mantel dien hij nu omhad en dien ik — daar zou hij wel voor zorgen —< dan wel zou dragen. Zij stemden er in toè en toen ik in de straat kwam, spraken zij mij aan en de drie wisten zoo hun ware gevoelens te verbergen dat ik nooit mijzelf zoo zeker achtte van hunne vriendschap als toen. TVij spraken er over, hoe den avond te verdrijven. Bij het invallen van de schemering namen de twee heeren afscheid en hepen de straat af. Don Diego en ik sloegen de richting in naar San Fehpe. Gekomen bij den ingang van de calla de la Paz zeide don Diego: „Wil zoo goed zijn don Fehpe even van mantel te wisselen, want ik wilde hier langs gaan zonder dat men mij herkent." — „Van ganscher harte,' zeide ik. Ik nam den zijnen zonder eenige argwaan en gaf hem in een noodlottig oogenblik den mijnen en bood hem tevens mijn persoon aan om hem zoo noodig bij te staan, schouder aan schouder, maar hij —• die van plan was mij de schouderbladen in te slaan ,—■ zeide dat hij genoodzaakt was, alleen te gaan, waarop ik mij verwijderde.

Nauwehjks was ik in zijn mantel weggegaan, of de duivel beschikte het zoo dat twee lieden, die hem opwachten om hem met het plat van de kling flink te bewerken naar aanleiding van een geschiedenis met een hcht vrouwspersoon, mij met dien mantel voor <w« Diego aanziende, plots een regen van slagen op mij deden neerdalen. Ik ging schreeuwen en daardoor en aan mijn gelaat begrepen zij dat zij den verkeerde voor hadden. Zij vluchtten en ik bleef in de straat met die houwen; ik trachtte de drie of vier builen op mijn voorhoofd zoo goed mogelijk te verbergen en stond een wijle stil, omdat

Sluiten