Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande de mij overkomen onaangename verrassingen moest ik lachen om hetgeen de schelmen tegen de oude zeiden. Een, haar aanziende, voegde haar toe: „Wat zal de papieren muts (89) u goed staan, moeder, en wat zal ik mij verheugen, als ik zie dat men als blijk van hulde enkele duizende rapen en rotte oranjeappels naar u gooit.' Een ander zei: „De heeren rechters hebben reeds de mooiste veeren uitgezocht, opdat gij tijdens uw tocht door de straten een schitterend vértoon zoudt maken." Toen zij den schelm gevangen hadden, bonden zij beiden aan elkaar, vroegen mij verschooning en heten mij alleen achter. Het was mij eene voldoening dat mijne goede huisjuffrouw in een harer handelingen waardigen toestand was geraakt; zoo bleef mij geen andere zorg over als bijtijds op te staan om haar mijn rotten oranjeappel te kunnen toewerpen, ofschoon volgens de verhalen welke eene meid van haar, die nog in het huis diende, deed, ik niet veel vertrouwen had dat men haar gevangen kon houden, omdat, naar die meid vertelde, zij vhegen kon en sommige andere dingen die mij niet aanstonden. Ik bleef in het huis een achttal dagen onder geneeskundige behandeling en was na afloop daarvan nauwelijks in staat te vertrekken; ze hadden mijn gezicht op twaalf plekken aan elkaar genaaid en ik moest mij steunen op krukken.

Ik bevond mij zonder eenig geld, want dé honderd realen waren verbruikt voor logies en voeding, en ik besloot nu mijn tering naar dé nering te zetten, met mijn beide krukken, die ik uit hét huis kon meenemen, te Vertrekken en mijn bovenkleeren en kragen, die nog in goeden staat waren, te verk'Öö*' pen. Van de opbrengst kocht ik een oud leeren wambuis, een vest van stevig grof linnen, een op-

Sluiten