Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat was het einde. De dichter, onze makker, kreeg er van ons duchtig van langs. Toen ik hem er op wees dat hij moest inzien, welk gevaar wij ontkomen waren en dat zulks hem voor het vervolg behoorde af te schrikken, zeide hij mij dat van de geheele komedie niets zijn werk was, maar dat hij hier een stuk uit dit, daar een brok uit een ander tooneelspel had genomen en dat alles aan elkaar had geflanst evenals de aan elkaar gelapte lompen van een bedelaarsmantel, en dat ongelukkigerwijs de boel nu slecht aan elkaar was genaaid. Hij moest toestemmen dat de acteurs die tooneels tukken fabriceerden, verplicht moesten worden tot schadevergoeding,omdatzij aanleiding gaven tot groote tegenspoeden door de wijze, waarop zij uit de rollen, waarin zij gespeeld hadden, het voor hun doel noodige maar wegnamen — hetgeen toch een erg gemakkelijk werk was—en dat zij om een drie of vierhonderd realen te verdienen, ons een leehjk risico heten loopen. Bovendien bekende hij dat hij en zijn consorten, als ze bij hun rondreizen in de gelegenheid kwamen tooneelstukken te lezen te krijgen, die te leen vroegen en dan stalen. Ze namen er een stuk — dikwijls bleek het goed te zijn — uit, voegden er iets dwaas bij, en dan heette de geheele komedie eigen werk. Hij verklaarde mij dat er geen acteur in staat was op andere wijze een tooneelspel in elkaar te zetten.

Deze geheele manier van doen leek mij niet kwaad toe, en ik erken dat ik mij daartoe voelde aangetrokken, omdat ik een natuurlijken aanleg tot de dichtkunst heb, bovendien met de werken van eenige dichters bekend was en Garcilcu>o(\ 08) had gelezen. Mitsdien besloot ik in kunst te gaan doen. En biermede en met de actrice en met mijn optreden op het

Sluiten