Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn tegenstander overhoop. Niet alleen een meester op den degen was hij, ook een Hef hebber van de jacht. Dat hij, niettegenstaande het gebrek aan zijn voeten, een buitengewone lichaamskracht bezat, blijkt uit het volgende, 's Nachts alleen in Madrid loopend hoort hij hondengeblaf. Naderbij gekomen voelt hij zich bij het schild, dat hij, zooals toenmaals gebruikelijk was, bij zich had, door eene onzichtbare macht aangegrepen, hij kampt in het duister met dit onbekende, totdat hij het met den degen neergeveld heeft, en wat blijkt dit nu te zijn ? ... een panter, losgebroken uit het huis van zijn meester, een gezant.

Terugkomend op Quevedo's zienswijze over de vrouw zij het volgende opgemerkt. Evenals zoovelen die op dat gebied een stormachtig verleden hebben gehad, stelde Quevedo hooge eischen aan de vrouw zijner keuze. Dit komt uit in de brieven die hij schreef aan de weduwe van den hertog van Lerma, van wie hierboven sprake was, en in die aan de gemalin van den eersten minister, den hertog van Ohvares, waarvan de inhoud later zal worden medegedeeld.

Een ernstige vrouwenhater was Quevedo niet, daarvoor hield hij de nagedachtenis van zijne moeder in te hooge vereering, daarvoor bezat hij te zeer de grootheid van ziel, die veel van het hem aangedane onrecht vergeven kon, en was hij een man van te hoogen en ruimen blik, waardoor hij besefte dat hij die bittere ervaringen vaak aan eigen tekortkomingen te wijten had. Aan die gevoelens paarde hij een groote bescheidenheid, en in de laatste jaren van zijn leven gaf hij blijk van zelfverloochening, zelf beheer sching, zelfkennis.

In die eigenschappen ligt het geheim opgesloten, hoe de overigens dartel, soms ietwat lichtzinnig

Sluiten