Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met iemand gemeenschap hebben. Ofschoon Quevedo eenige in zijn oorspronkelijk handschrift voorkomende den rechtzinnigen krenkende uitlatingen in zijn boek heeft weggelaten (herinnerd wordt aan het meergemeld gedeelte van de aprobación, pag. 282) heeft hij zich toch berispingen op den hals gehaald wegens sommige toespelingen op enkele in zwang zijnde kerkelijke gebruiken. Zoo leest men in het Jffenwrial de D. Luis Pacheco de Narvaez... denunciando al TribunaldelalnquUiciónciertaóobraó... de D. Francisco de Quevedo: „hij vermengt de gewijde met de ongewijde zaken en maakt toespelingen wederkeerig van de eenen op de anderen, met geringschatting en beleediging van onze heilige gebruiken".

* 23. Een woordspeling op den naam van den gastheer — cabra beteekent geit.

24. Een ziekte van de tanden, een soortgelijke aanzetting als de steenvorming in ketels, waarin water wordt gekookt.

25. In de Dicc. Acad. leest men bij fr'usón: „paarden, die uit Friesland komen of van dat ras zijn; ze hebben zeer krachtige en zware pooten."

26. Was het misschien Cabra's bedoeling enkelen zijner pupils, die wellicht van joodsche afkomst waren, van het gerecht af te schrikken ?

27. een cuarto, een kopermunt = 4 maravedi's (een maravedi — 1 v\% centimo).

28. podian pretender corregemienlo ó abogac'ia, letterlijk : konden solliciteeren naar magistratuur of advocatuur. Deze woorden hebben betrekking op de toenmalige mode van de leden van de rechterlijke macht en van de balie om baarden te dragen, hetgeen aanleiding gaf tot spottende opmerkingen van de tijdgenooten.

Sluiten