Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar in de landen daar zonder de Natuur. (A. V. 1211).

100. (6). Dat er een zelfde oorsprong is en van daar eene zelfde ziel in beiden (dieren en planten) met het enkel onderscheid van vorm, in denwelken influx plaats heeft. Dat de oorsprong van dieren, welke eveneens hunne ziel is, eene geestelijke genegenheid is, zooals die bij den mensch in zijn natuurlijke, is hier boven aangetoond. Dat dit ook gelijkelijk de oorsprong der planten is, blijkt voornamelijk uit de planten in de hemelen, doordat zij daar verschijnen volgens de genegenheden der engelen; en doordat ze ook deze voorstellen, zelfs zoover, dat engelen -daarin, als in de typen daarvan, hunne genegenheden zien en de hoedanigheid er van erkennen, en ook doordat zij in overeenstemming daarmede veranderen ; maar dit heeft plaats buiten •de gezelschappen : het eenige verschil is, dat genegenheden verschijnen, als dieren gevormd door het geestelijke, in zijne tusschenliggende, en dat zij verschijnen als planten gevormd, in zijne uitersten, welke daar landen zijn ; want het geestelijke waaruit dat komt is levend ; in de tusschenliggenden, in 'rijn uitersten daarentegen, is het niet levend ; het geestelijke behoudt in zijn uitersten niet meer van het leven, dan wat eene gelijkenis met het levende teweegbrengt ; ongeveer zooals het in het menschelijk lichaam is, waarin de uitersten, welke door het geestelijke worden voortgebracht, de kraakbeenderen, beenderen, tanden en nagels' zijn, in dewelke het levende, dat uit de ziel is, is getermineerd. Dat de plantenzielen uit den zelfden

Sluiten