Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Denk u in, welk een gloeiende weerzin het hart van den oprechten boeddhist beroert, wanneer hij met onze z.g. christelijke maatschappij in oppervlakkige aanraking komt. Stel u voor, dat hij de straten van één onzer moderne hoofdsteden doorwandelt, en de christelijke cultuur in haar publieke vertooning gadeslaat. Hij ziet voor het eerst een restaurant-paleis, grootsch, luxueus, tot op straat de gasten zittend met hun „drinks", en op zijn informatie wat die menschen drinken hoort hij: dat is alkohol, dat zijn likeurtjes, bittertjes, whiskey's, die de be-, schaafde Europeanen gebruiken om zichzelf in een zekere „stemming" te brengen of zich zachtjes te benevelen. Dan roept de heiden uit: „Bedwelmen de menschen opzettelijk het edelste wat ze hebben, hun verstand, hun geest ? Wat een barbaren!"

Op zijn verdere wandeling door de stad ziet de vreemdeling op een reusachtige slagerswinkel, waar geëtaleerd aan haken, bloedige stukken vleesch hangen, opengespalkte lichamen van kalveren, afgesneden pooten en koppen van koeien en lammeren, en hij vraagt: „Waarvoor stelt men hier deze dierenlijken zoo opzichtelijk ten toon ?" En als het antwoord luidt: „De christenen eten die lijken op, ze vinden carbonades en beefsteaks heerlijk", slaat de heiden wederom verbaasd de handen samen en zucht: „Wat een barbaren 1 Wat een barbaren!"

Op zijn verdere reis door de christelijke stad wordt zijn oog geboeid door een ontzaglijk gebouw, door welks poort in- en uitgaan jonge mannen, allen in dezelfde uniformen gekleed. Op zijn informatie wat al die jonge, gezonde, mannen doen, ontvangt hij het antwoord, dat zij worden afgericht om, wanneer er oorlog met een ander christenvolk over een of andere kwestie mocht uitbreken, in den kortst mogelijken tijd zooveel mogelijk van die mede-christenen uit te roeien. En hij zucht: „Wat een barbaren!"

En wanneer hem nu bij dieper studie van het Europeesche cultuurleven blijkt, dat, afgedacht van den militairen oorlog, hier een eeuwige maatschappij-oorlog wordt gevoerd tusschen „kapitalisten" en „arbeiders," en een moordende concurrentie-oorlog tusschen werkers en handelaars in hetzelfde bedrijf; als hij allerwege hoort het morren der ontevredenen, het ophitsen tot revolutie, en daartusschendoor ziet de onafgebroken jacht naar ijdel genot, waar-

Sluiten