Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkelen, die ik van vroeger kende. Velen waren communist, de meesten niet. Ik moet er eerlijk dadelijk bij zeggen: ze werkten er niet minder hard om voor hun school, 'k Heb er zeer vele buitengewoon sympathieke menschen onder getroffen, met hart en ziel hun ideaal toegedaan, de arbeidsschool, menschen, die wij hier S. D. A. P.-ers zouden noemen, vol ijver en toewijding voor het nieuwe schoolsysteem. Het is me niet gelukt er één te vinden, die terug wilde naar het kapitalistische regiem, 'k Heb er gesproken vol kritiek op he bestaande, maar geen die terug wilde naar het verleden.

Een groot verschil, een opvallend verschil zelfs is er tusschen den Hollandschen en den Russischen schoolmeester. In. dit land heeft de kuituurarbeider het in het algemeen niet best, maar hij is geen specialiteit in het mopperen, zooals de Hollandsche schoolmeester: hij werkt. Hij werkt en met hem werken zijn kameraden onder de moeilijkste omstandigheden aan de opbouw van een nieuw menschengeslacht, aan' de opbouw van een nieuwe maatschappij. En dat maakt hem tot een ander mensch. De Russische onderwijzer zelve voelt het niet, hij is zijn verleden vergeten, maar wij, buitenstaanders bemerken het des te beter. Zelfs in zijn protest tegen het afgesloten zijn van de West-Europeesche buitenwereld, van de kapitalistische wetenschap en kunst, klinkt bij hem door, de weemoed die niet te kunnen benutten voor zijn nieuwe maatschappij, voor zijn .school.

'k Hoor die of gene al vragen: Maar zijn dan alle onderwijzers zoo. Och, neen, lezer, natuurlijk niet. Daar zijn ook onbeteekenende menschen, ongeschikten onder, zeker, zooals overal. Wat ik heb willen doen zien, dat is de tegenstelling. Hebt ge ooit een onderwijzer in Holland ontmoet, die warm liep voor de toekomst van de kapitalistische school, die in zijn toekomst zag het ideaal van een beschaafd, ontwikkeld volk, allen in staat wetenschap en kunst te waardeeren!

Wat ik hier gaf, is een persoonlijke indruk, die op zich zelve nog zonder beteekenis kan zijn en bovendien nog niet 4 weer geeft, hoe in het algemeen de verhouding van het intellect tot de school is, zelfs niet, hoe de verhouding is van diegenen onder hen, die werkzaam zijn aan het geheel der arbeidsschool, aan wat wij hier middelbaar en hooger onderwijs zouden noemen. De scholen toch, waarover we het hier in hoofdzaak

Sluiten