Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat — niet gekomen! Heeft hij geen lust om zich te wreken?" Hij richtte zich tot Gerard. „Heb jij geen lust, om je te wreken?"

„Ja-"

„Dan moet je te middernacht naar een kruisweg gaan, daar komt de weerwolf in menschelijke gedaante — Eerst zie je hem niet ... let dan op het rammelen van den ketting — zeg dan: „in naam van den Duivel ben ik hier", en je zult raad krijgen, zooals je nooit iemand heeft gegeven."

Gezellige Janus smakte met de lippen.

„Dan is 't klaverblad van vier gereed."

„Hebben jullie —" vroeg Gerard dof, „allen een verbond met den weerwolf afgesloten?"

Zij zwegen, de drie pratebroers. Ja, zij waren in weerwolf's macht, en ze hoopten, dat hij zou worden als zij. Als hij te middernacht naar den kruisweg ging, zou hij een middel vinden, om zich op Jan te wreken.

Gedachteloos speelde hij kaart, en gedachteloos verloor hij.

Bijna te middernacht verlieten de vrienden elkander. Gerard was vastbesloten den raad van mageren Hein op te volgen, en hij liep naar den kruisweg.

't Klokje van den verren toren sloeg twaalf uur — hij hoorde 't rammelen van een ketting, toen sprak hij met vaste stem:

„In naam van den Duivel ben ik hier."

Hij gevoelde, dat iemand op hem toe-trad, tot hij vlak bij hem was. 't Ijzer sleepte achter de gedaante aan, en ketste tegen de steenen, met zacht-klingelend geluid. Hij hoorde een moede, treurige stem:

„Je hebt mij geroepen, Gerard. Hier ben ik."

Waar had hij die stem eerder vernomen?

„Magere Hein heeft je gezonden —" vervolgde de gestalte, „en je wilt je op Jan wreken. Dat kan gebeuren. Ik heb gehoord, dat hij gauw wil trouwen, en dat hij een

Sluiten