Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

| ZOMERSNEEUW.

HOOG was de linde van Canne, die tegen den berg stond, dichtbij het klein kapelleke. De zeven schepenen spraken er recht, en ze waren beschut als in een zaal. Noch zonnelicht, noch regen lieten de dichte bladeren door. Iedereen, die van slechte daden werd beticht, stond onder de hooge linde, vóór de zeven schepenen, terwijl het volk in wijden kring was geschaard.

Er was een vrouw in Canne, die jong al weduwe was geworden, en met haar kind alleen op de wereld was overgebleven. Sindsdien werkte zij meer dan zij vermocht.

Wat het zijn kon, dat er eenigen in het dorp haar haatten? Wellicht was zij te gelukkig geweest. Of was het uit oude dagen, dat een wrok, om een gebaar, een woord of een daad, of om het geheim van haar innerlijk wezen, bestond?

Onverzoenlijk was haar vijand, en loerend op het gunstige oogenblik. Hij werkte haar, waar hij kon, te ff en. Als zy werk had gevonden, had zij het onmiddellijk daarna weder verloren. Daarom was het, dat zij ten langen leste, den strijd tegen den onbekende moede, besloot, om haar brood in Maastricht te verdienen. lederen morgen ging ze in de vroegte uit haar huis en liet haar jongen alleen.

„Wees zoet vandaag en speel niet bij den Jeker", zeide ze iederen dag, wanneer zij vertrok.

.Eens kwam zij van de stad in het dorp terug, toen ze bij haar woning een groote menigte menschen'zag. Ijlings trad ze naderbij. Men week. Tot haar ontzetting bemerkte ze, dat men haar binnen den kring liet.

Haar knaapje lag lang uitgestrekt, dood. Zijn hoofdje was blauw opgezet, en de angst leefde nog om den dooden imond, waaruit flauw 't water siepelde. Vóór haar vreeseiïijken schrik, die alle reden in haar verdrong, was zij er zich van bewust, dat er striemen van een knellende hand in ft nekje waren, en waar een nagel had getroffen, was bloed. „Moord", zoo fluisterde men.

Sluiten