Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo min men in den zomer door de sneeuw kan waaen En 't nacht kan wezen in den dageschijn ..., Zoo min moogt gij gebruik « «Mjwmatei En mag deez' vrouw thans vrijgesproken zijn.

Als 't sneeuwde in dezen heerlijken zonne-zomerdag - als de nacht onmiddellijk mocht volgen op dit verblindend licht - zou hij in de onschuld der vrouw gelooven.

mee^Stta — aan den blauwen

^WaT Was winter in den ^

Devoeelen hielden op met zingen. Er was noch de .eur vanbloemen, noch van koren. Niemand zag zyn Kman. De hemel was'duisternis, zoc. dicht en dik, als hing er het zwaar gewicht van derl nacht aam Doch eensklaps hervatte het licht zyn luister. Hetdonkersloeg terug, zonder een valen sluier als inden J^ter te laten Gelijk een bliksemflits snydt door dengis^ f doel dl dieper en breeder en hooger van rl^e en iger van tijd, zóó hieuw ineens de glans van oTdag den nacht uiteen. De vogelen zongen weder. De bbemen geurden weder. In gloeiend paarsgeel golfde het

haar bkderen was sneeuw, en de groene stam was wit «u^On den grond echter onder haar gloeide d zomer insecten kropen af en aan, een rups gleed een kever warmde zich in het zonnelicht. <*^T^ d£ alles geschiedde nog. De sneeuw smolt niet Temidden

de lmdTwitgen de takken bogen onder hun zwaren last

Ontroerd las de oudste der schepenen het vrijspreken.

I Doch men zocht den aanklager en vond hem niet Moge hij zijn loon hebben ontvangen!

Sluiten