Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen een vrouw, als hij ook maar één oogwenk in zijn leven van haar had gehouden? Alles was beter dan te blijven leven. In den dood zou ze niet meer schreien. In den dood zou zij züh ivreken.

Het was avond, en de vijver van het slot Biljoen was roerloos. Niet één rimpel bleef. Onbewegelijk was ook de schemer boven het water.

Toen klonk er een schrei, 't Kon van een vogel geweest zijn, die in zijn nest werd verschrikt, of van een hulpeloos dier, dat door een vos werd gegrepen. Waarom van een mensch?

't Werd even stil, de stilte, als een levend wezen luistert, of er ergens geluid is.

't Water van den vijver spatte hoog.

Het zou Wel een groote steen zijn, die in de kolk werd geworpen. Soms deden dat de jongens uit het dorp, hoewel het eigenlijk al te laat was, om dat te denken. De stilte kwam terug. Het was niets geweest.

Den volgenden ochtend vond men het lijk van mooiAnn tusschen de biezen. Zeker had zij zichzelf gedood. Wie durfde den jonker bij Biljoen te verdenken!

Twee jaren waren voorbijgegaan.

Toen kwam, een avond, een jonge man uit Velp, langs het slot. In 't bosch, waar hij doorging stond een hooge eikeboom. Terwijl hij bedaard doorstapte, zag hij eensklaps tegen den stam geleund, een hooge, witte gedaante. Eerst was hij verwonderd, en hij naderde iets. De gestalte wenkte hem. Hij deinsde terug, en sprak de aloude, goede spreuk:

„Zoo gij van God zijt, kom nader. Zijt ge van den duivel, wijk van mij."

De nevel week. In de verte hoorde hij een milde stem, zeggend:

„Ken je me dan niet weer? Ik ben mooi-Ann! Morgen wacht ik nogmaals."

Den volgenden avond keerde hij terug. Door den dag

Sluiten