Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet." Zijn handen bleven strak op tafel liggen, en geen oogwenk beefden ze. Zijn oogen zagen star voor zich uit. Onbewogen ging hij door de stad, met gelijkmatigentred. Hij ging tot de plek, waar het lijk van zijn zoon ternederlag Wie weet, wat de Duivel dacht? Herinnerde hij zich niet de dagen, dat hij met den kleinen Alfons had gespeeld? Zonnig was de wereld geweest, het kleine knaapje stelde hem duizend vragen over menschen en dingen, en de duistere Duivel beantwoordde ze allen. Het kind had geluk gekend bij iedere bloem, bij iederen vlinder en vogel ; alles, wat hel was van kleur had hij liefgehad, en naar alles, watvliegenkon,haddenzijnteederehandengegrepen.Later nog had de Duivel hem op een paard getild en rechtop, als groote menschen, had de kleine jongen zich gezet, en glimlachend van trots naar zijn vader gezien. Het waren zeker de kleine dingen, die de plaatsmajoor zich herinnerde, en alle waren ze machtig binnen-in zijn ziel. Ze fluisterden en hoonden tot hem. Liefelijke gedaanten waren het ge' weest — plots werden ze dreigend van stem en gebaar. Hij ging, buiten de stad, tot aan de plaats, waar zijn zoon was gestorven. Niet met zijn schèrp-regelmatigen tred, maar moede. Hij trok het pistool, en met rustige hand schoot hij zichzelven dood.

Wanneer het stormt, gaat de plaatsmajoor uit, in Bergen-op-Zoom.

Eerst hoort ge de lachende stemmen — zijn het de I officieren, die den slapenden soldaat wekken? Dan wordt 't even stil. Er is dan een zacht geritsel, geschuifel — in de verte klinkt wanluidende muziek, het is de kermis, die blijft - doorrazen, steeds verwijderd, terwijl er klanken murmelen: de soldaat en de vaandrig spreken tezamen. Een helsch lawaai is er in de verte. De kermis wil niet eindigen, de Duivel gaat zijn stille ronde. Zijn rhytmische tred klinkt scherp, zijn sporen rinkelen. Een pistool wordt afgeschoten.

Alles eindigt in een langen kreet van bovenmenschelijke smart.

13*

Sluiten