Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hief den droomerigen kop, en liet zich vol vertrouwen streelen. De geit blaatte, toen ze naderkwam, vol tevredenheid. De hond voor 't hok bleef rustig op zijn plaats staan, turend in de verte. Zelfs de kippen en de haan wisten, dat de vrouw terug was, en als ze over 't erf kwam, liepen ze haar tegemoet, want zeker had ze een restje van aardappelen of kruimels brood. Was ze ooit weg-geweest?

En de dingen — hoe waren zij haar vertrouwd!

De haard, waarboven de ketel hing. De bleek-houten tafel, en de gekleurde, gekramde kopjes. De schotels op den schoorsteen. De klok met zijn vroolijken koekoek. De klompen van haar man. De steenen van den vloer. Buiten 't jaartal met de ijzeren cijfers, 't Riet van het dak. met 't groene mos.

Het was goed, om weder tehuis te zijn.

Wanneer de woorden nu maar nooit gesproken werden, die haar weder in de macht der witte wiven zouden brengen! Zij gevoelde het, dat zij •— hoe vreemd ook — gezegd zouden worden. De witte wiven hadden haar gewaarschuwd:

,,'t Leven gaat zijn gang — wie houdt het tegen?"

Soms geleek 't haar, dat haar hart stil-stond, daar zij de woorden des verderfs in haar ooren hoorde. Ze zweeg zóó lang, tot eindelijk de man weder met haar sprak, en vroeg, of ze nu nooit, nooit weder naar de witte wiven zou terug-gaan.

„Als 't van mij afhing —", sprak ze, „nee! nooit meer, want ik weet, dat het slecht was, u allen te verlaten, en met de witte wiven van Tubbergen te dansen. Je weet 't, dat 't niet van mij afhangt ..."

Ze zweeg, en in haar oogen was al het leed harer ziel. Niets van haar smart bleef voor hem verborgen.

„Wat is er dan?" vroeg hij weder.

„Er zijn woorden, die nooit gezegd mogen worden."

Even wachtte hij. Toen hernam hij zachtjes.

„Welke zijn die woorden dan?"

„Weg Jou varken..." heeten ze. Als die woorden gezegd

Sluiten