Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik weet het, witte wive. Laat het gauw zijn."

Eenige dagen later was een van de knechten aan he™[ werk, bezig met garven te vleien. Hij bemerkte niet, dat het varken kwam aanwaggelen, tot het dichtbij was, enjj aan het koren rook. Hij schopte het . . . even later wasll 't dier terug.

„Weg jou varken!" riep de knecht ongeduldig.

Toen schoten hem de woorden weder in zijn geest, en jl hij liet 't koren in den steek. Hij liep, wat hij loopen konjl naar den boer toe. Op den akker stond de man, maar dieH wist reeds, dat er iets vreeselijks was gebeurd.

„Je hebt de woorden gezegd", riep hij hem van verre toe.;

„Ja baas."

Tezamen gingen ze naar de hoeve. Ze vonden de vrouw niet meer. Er was geen spoor van haar overgebleven.] Nooit meer kwam ze terug, en de vloek had zich voltrokken.

Ze danst met de witte wiven op de belten, en ze be-j hoort niet meer bij dit menschengeslacht. Velen hebben haar gezien — ze draagt lichte, grijze kleeren. In haar ooren heeft ze prachtige bellen, schitterend van goud.j Om haar hals zijn paarlen. Doch men zegt, dat ze veell heeft geschreid, en dat men haar soms hoort weenen omj de zonde, die het einde was van haar leven.

Sluiten