Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluid was. Daarom stond hij onmiddellijk op en ontsloot de deur, roepend in den duister, wie er was. De duivel zeide met fluisterende stem: „Ik ben de kosterin van het vrouwenklooster, die u lang getrouw is geweest, en naar u heeft gesmacht, in liefde. Om deze reden ben ik tot u uit het klooster gegaan. Ik heb medegenomen de allerschoonste juweelen en kleinodiën, waar wij lang van kunnen leven. Komt dan, o kom haastdijk, zonder marren, en neemt, wat gij kunt krijgen en dragen. Laat ons tezamen trekken uit het land."

Niet in zijn ooren alleen hoorde de koster de woorden klinken, maar ook zijn ziel werd bekoord, zoodat hij geen antwoord wist te geven; hij was overwonnen door H duivels fluistering, meenende, dat 't alles waar was. Hij ging haastig heen. Hij verzamelde al het zilverwerk en de juweelen, die hij kon krijgen uit het klooster, en hij deed het in een zak; hij toog naar buiten, met den duivel, meenend, dat deze de kosterin was. Toen zij een eind wegs waren gegaan, begon de duivel te klagen.

Ach! ach! wee mij, ik heb in uw klooster vergeten het"allerschoonste kleinood, dat ik had. O! blijf hier, en wacht op mij. Ik zal snel loopen en ik kom spoedig weerom.

De koster geloofde hem en hij bleef bij den zak in hetland zitten. De duivel echter ging in het klooster, en riep luide : „Waakt op! waakt op! en vervolgt den koster, den dief, want hij heeft al de juweelen van het klooster gestolen en

is daarmee weggeloopen."

Deabtstondop,allebroedersstondenopenzevondenaüe

sloten ontsloten en de juweelen waren weg. Ze liepen uit het klooster, den koster na, dien ze niet ver van het klooster vonden zitten, met het goed, dat hij gestolen had. Ze vatten hem, ze ondervroegen hem, maar hij wist geen antwoord te geven, omdat hij beangst was en beschaamd — daar hij niet begreep, hoe hij in al den last was gekomen Ze voerden hem in het klooster, ze wierpen hem in den kerker, «n ze sloten hem met beide voeten in den stok. De abt

Sluiten