Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ridder weg, ternauwernood had hij kracht, om te ontvluchten. De lieden van de stad werden angstig. De koning volgde hem. Maar in 't vlieden herwon Ferguut zijn tintelende leven. Hij deed Pennevare wenden, en het witte schild nam hij van den arm. Hij hieuw naar Galarant. De slag miste den koning, doch 't staal sloeg den kop van't paard af. Onmiddellijk sprong Galarant van den grond, het zwaard in de vuist. Ferguut gleed uit den zadel, en te voet streden de helden, tot de zon onderging. Niet verre meer was de nacht. Daarom vreesde Ferguut, dat hem de koning zou ontsnappen, en hij greep Galarant om 't middel, met hem worstelende. De koning viel, en Ferguut hield 't zwaard gereed. Galarant smeekte om genade. Vorstelijk zeide de witte ridder:

„Heer koning! wil dan gaan ter koningin van den Rikenstene." Hij aarzelde met het uitspreken van den naam. „Galiëne is haar naam, zoo geloof ik. Wees haar onderdanig, en vaar henen ten koning Arthur. Zeg hem, dat u een ridder met een wit schild overwon, die eens door Keye werd bespot. Groet alle heeren, die ge ziet, maar vermijd het Keye te groeten. Zeg hem, dat ik hem niet vergeten ben."

Toen zag hij naar de muren der stad, en 't was hem, of Galiëne hem riep:

„Kom tot mij, Ferguut, gij die mij gered hebt."

Hij zag hare gedaante, en met moeite luisterde hij naar zijn schuchterheid. Was hij niet zoon van den boer Somilet, de arme, arme Ferguut? Wat had hij haar te geven in ruil voor haar schoonheid? Spoorslags reed hij heen, zonder nog naar den Rikenstene te zien. Galiëne liet hij eenzaam achter; in haar hart was zijn naam gevangen. Dacht ze aan iemand anders dan aan hem, toen ze haar raad tezamen riep? Ze had een sterken arm noodig, om haar te beschermen. O! ook haar land had een koning van noode. Daarom verzamelde ze haar heeren. Zij zaten stil om haar, en luisterden naar haar diepe, ernstige stem, door

Sluiten