Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Toen de strijd over de Duitsche interconfessionele vakvereenigingen in het jaar 1912 zijn hoogtepunt had bereikt en een beslissing van Z. H. den Paus gevreesd werd door de voorstanders der Keulsche richting — dus nog vóórdat de encycliek „Singulari quadam" verschenen was — hadden er de Duitsche volksvoorlichters al voor gezorgd, dat de indruk van zulk een eventueele pauselijke beslissing niet al te groot zou zijn en de beslissing zelf zoo mogelijk geen practisch gevolg hebben en haar doel missen zou. Te dien einde schreef de „Essener Volkzeitung", een orgaan van het Centrum met een zeer groote oplage, een artikel over Paus en Pausdom, waarin het volgende te lezen staat:

„De Paus is niet onfeilbaar in zijn persoonlijke private meeningen, hij is slechts dan onfeilbaar wanneer hij ats opperhoofd en leeraar der geheeleKerk in zake van geloof en zeden een beslissing geeft, die voor de geheele Kerk bestemd is. Zeker is de Paus ook de hoogste beschermer en bewaker van de reinheid van geloof en zeden; hij heeft dus het recht en den plicht alle gevaar voor de zuiverheid van het geloof en de zedelijke beginselen van het Christendom met allen nadruk te weerstaan en tegen te houden. Of zulk een gevaar feitelijk bestaat, is een vraag, die uit de feiten zelf beoordeeld moet worden. In de beoordeeling echter dezer feiten is de Paus een mensch en op menschelijke uitspraken en getuigenissen aangewezen. Zijn die getuigenissen valsch, zoo kan daarop een betreurenswaardige dwaling worden opgebouwd. Zulk een verkeerd oordeel valt dan niet zoozeer op den Paus, maar veeleer op de valsche getuigen terug."

Dr. Julius Bachem, de toonaangever der Centrumspers, mocht in zijn „Köln. Volkszeitung" voor het blad uit Essen in afkamming van het pauselijk gezag niet onderdoen, weshalve hij in het nummer van 2 Juni 1912 in zijn blad in verband met den vakvereenigingsstrijd het volgende moois debiteerde:

„Door de liberale en socialistische pers wordt in dit geding ook betrokken de pauselijke onfeilbaarheid; weer een duidelijk bewijs voor de verbluffende onkunde van deze lieden met betrekking tot Katholiek-kerkelijke zaken. De „Gewerkschaftsfrage" behoort niet tot die punten, waarin de H. Vader een verbindende uitspraak van zijn leergezag kan doen."

Dat was van die beide bladen nog al sterk gezegd, want zij waren met die uitlatingen in vierkanten strijd met het decreet van het Vatikaansch Concilie, dat zegt: „Wanneer

Sluiten