Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is duidelijk, meenen wij, en regelrecht in strijd met hetgeen „De Maasbode" den Centrumsleiders toedicht. Niet minder duidelijk is wat een andere „hervorragende" en eveneens fel bekampte coryphee der „Kölner Richting", dr. Karl Bachem, over dit onderwerp gezegd en geschreven heeft. (*)

„Wij, Katholieken, komen er voor uit Christenen te zijn en willen dat ook blijven in het openbaar leven. Wij denken daarbij aan het Christendom, zooals onze heilige Katholieke Kerk het leert."

Na vastgesteld te hebben, dat de uitdrukking „Christliche Weltanschauung," op welker „bodem" Katholieken en Protestanten elkaar ontmoeten bij het verdedigen van het christelijk karakter van den Staat, allerminst mag doen denken aan eene verloochening van de katholieke overtuiging in het openbaar leven, geeft dr. Karl. Bachem den zin van deze formule weer als volgt:

„Het beteekent niets anders dan de erkenning van het pariteitskarakter van ons staatswezen, de erkenning van het politiek beginsel der staatsrechtelijke gelijkheid van de Katholieken en Protestanten onder bescherming van die „Staatsinrichtingen", aan welke volgens art. 13 der Pruisische Grondwet „de christelijke godsdienst ten grondslag gelegd" moet worden.... De uitdrukking „christliche Weltanschauung", in dezen zin opgevat, heeft uitsluitend eene negatieve (2)

(1) Zie zijne rede: „Zentrum, Katholische Weltanschauung, und allgemeine politische Lage", 20 October 1913 te Krefeld gehouden en later in druk verschenen.

(2) Het woord „negatief vinden wij hier minder gelukkig gekozen, aangezien de weerkracht van de „christelijke wereldbeschouwing" tegen de omverwerpers der christelijke staatsorde wel degelijk steunt op positieve christelijke waarheden, welke door de Katholieken en de geloovige Protestanten gemeenschappelijk aanvaard worden.

In welken beperkten zin het woord „negatief' met betrekking tot de „overeenstemming" van de Centrumspolitiek met de leer der Kerk „negatief' kan heeten, kan men in het hierachter opgenomen citaat uit het artikel van Pater Laurentius zien.

Overigens ligt het niet op onzen weg alle uitdrukkingswijzen, welke door een of ander der Centrumsleiders of- leden in redevoeringen en geschriften gebezigd worden, te critiseeren en nog veel minder in onze bedoeling om ze zonder meer goed te keuren. Het is duidelijk, dat men het Centrum en de Centrumsleiders er niet verantwoordelijk voor kan stellen.

Sluiten