Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, geld heb ik wel", antwoordde de jonge man. „In de mouwen van het hemd, dat ik om mijn lijf heb gerold, draag ik

vierhonderd gouden dukaten bij mij."

Dat was een tweede doodelijke slag, die Andrès kreeg, want hij dacht, dat de ander alleen al dat geld bij zich had om zijn schat te veroveren of te koopen en met moeite de woorden uitbrengend zeide hij:

„Dat is een mooie som, dan hebt u u maar te verklaren en de handen aan het werk, want het meisje, dat lang niet gek is, zal wel inzien, hoe goed ze er bij vaart, wanneer ze u toebehoort."

„Och vriend", zei toen de jonge man, „u moet weten, dat de macht, die mij van kleeding heeft doen veranderen, niet de liefde is, die u veronderstelt, noch de

12

Sluiten