Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Constitutie voor het Koningrijk Holland.

(Deze Constitutie is, overeenkomstig het voorstel van den Koning, door het Wetgevend Ligchaam gearresteerd, en door den Koning afgekondigd bij publicatie van 7 Augustus 1806.)

EERSTE AFDEELING.

Algemeene Bepalingen.

Art. 1. De Regering van Holland is Monarchaal, gewijzigd en geregeld door de Constitutie.

2. Het groot beginzel der Maatschappelijke Vrijheid bestaat daarin, dat de Wet gelijke Regten verzekere en gelijke Pligten oplegge aan alle Burgers, zonder onderscheid van rang of geboorte.

Alle Privilegiën in het Stuk van Belastingen blijven vernietigd

3. Ieder is onschendbaar in zijne Woning; zijnes ondanks mag niemand in dezelve treden, tenzij' uit krachte van een bevel der daartoe bevoegde Magt.

4. Niemand kan in hechtenis genomen worden, dan volgens de Wet; niemand kan veroordeeld worden, dan door den Regter, dien de Wet hem toekent, en na alle middelen van verdediging, bij de Wet bepaald te hebben gehad.

5. Ieder Burger heeft het regt, om Verzoeken of Voordragten aan de daar toe bevoegde Magt schriftelijk in te dienen; mits die persoonlijk, en niet uit naam van meerderen worden onderteekend; welk laatste alleen zal kunnen geschieden door of van wegens Ligchamen, wettig zamengesteld, en als zoodanig erkend, en dan nog niet anders dan over onderwerpen, tot derzelver bepaalde werkzaamheden behoorende.

6. De Koning en de Wet verleenen gelijke bescherming aan alle Godsdiensten, welke in den Staat worden uitgeoefend; door hun gezag wordt bepaald al het geen noodzakelijk geoordeeld wordt, betreffende de organi-

Sluiten