is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante's Vita nova

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Provencaalsche doctrine van de veredelende werking der liefde. De hoofsche minne is bij de provencaalsche dichters bron en drijfveer van alle goede en edele handelingen. De werking van Amore geeft alle ridderlijke volkomenheden: roem, eer, fijne zede, hoffelijkheid, in één woord „cortesia", een woord, dat ik maar niet vertaal. Het alvermogen van Amore verandert gebreken en ondeugden in deugden en voortreffelijkheden. Zonder persoonsverbeelding: de vereerde Dame is bezitster en geefster van alle volkomenheid. De gedachtengang is zuiver platonisch: de liefde slaapt in het edele hart, zij wordt gewekt en komt tot actualiteit door het zien van schoonheid. Guido Guinicelli stempelt het „Schlagwort": amor e '1 cor gentil sono una cosa (liefde en een'edel hart zijn één.) Zoomin, zegt Guido, de zon gescheiden kan worden van haar glans of het vuur van zijn klaarheid, evenmin kunnen liefde en een edel hart gescheiden worden. Amore woont altoos in het edele hart, zooals in het woud de vogel in het groen.

Dante noemt zijn Beatrice de koninginne der deugden, die alle ondeugden vernietigt. (Distruggitrice di tutti li vizi e regina de le virtudi). „Als ik haar zag", zegt hij, „had ik geen vijand meer, een liefdevlam kwam in mij, die mij alle beleediging deed vergeven en vergeten; had iemand mij in zulk een oogenblik iets gevraagd, mijn eenig antwoord zou geweest zijn: Amore!, met een gelaat overtogen (vestito) met humiliteit." (XI). Als Beatrice langs den weg voorbijgaat, werpt Amore in lage en leelijke harten „een bevriezing