is toegevoegd aan uw favorieten.

In twee werelddeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand er zoodanig, naar gevraagd werd. Voorts aan. de Vergadering vragende naar de reden van deze bijzondere handelwijze ten aanzien van mij, is mij geantwoord dat men naar den aard der liefde niets dan alles goeds van rryj kon denken. „Dan spijt het mij," was mijn antwoord, „dat ik hier zoo partijdig behandeld word." Algemeene toorn en ontkenning vonden daarop plaats ; en terwijl de Vergadering volhardde bij den gedanen eisch, vertrok ik, haar te kennen gevende dat ik over de zaak zou nadenken.

Kort daarna ging ik, op aanraden van Prof. Clarisse, naar 's Gravenhage, om den aldaar aanwezig zijnden president der Synode, Donker Curtius, het gebeurde te verhalen, en tevens nogmaals aan te dringen op de toelating tot onderteekening van het onderteeke. nings-formulier op de gewone wijze. Het gebeurde verhaald hebbende, gaf ZEd. mij te kennen dat men met mij niet anders kon handelen, daar ik bekend was als behoorende tot die club, welke zich op de Akademie had gevormd, die terstond nadat zij in de kerk was, alles in rep en roer stelde. Van dit gesprek is mij steeds deze uitdrukking, door ZEd. gedaan, als zijnen geest kenschetsende, bijzonder bijgebleven, te weten: „Predikt wat gijlieden wilt, maar laat ons ook prediken wat wij willen, maar gehoorzaamt de wetten". ZEd. evenwel vond het goed om alle beroering verder voor te komen, dat men mij op gewone wijze toeliet, en zond mij naar den Secretaris Sluiter (nu overleden) ') met vermelding van dit zijn gezegde. Deze kon evenwel daar verder niets aan doen, zooals hij zeide, maar bleef aandringen op het onderzoek der wetten; en voor het overige had ik

') dat is in 1836.