is toegevoegd aan uw favorieten.

In twee werelddeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haatte het, niet langer de predikstoelen van mijn vader te kunnen betreden, een smaad te worden voor mijne nog levende moeder en voor mijn geslachte. Het was mij de pijnlijkste opoffering, de zoo vurig verlangde prediking op 's lands predikstoelen op te geven, waarvan mij de Nederlandsche Kerktirannie wederrechtelijk beroofde. De aantijging dat wij door scheiding een naam wilden maken, gaarne daarvoor een afschraapsel wilden worden, zelfs de vervolging uitlokten, deed mij vaak glimlachen en vragen: „Is dat uwe hoogte, vanwaar gij de zaken slechts bezien kunt?" Edoch, wat er ook gebeurd zij, en welken levendigen indruk het ook bij mij nagelaten hebbe, ik heb nietsmeer te vergeven; het geledene is mijn kroon." x)

'vossen, die den wijngaard verdierven, er buiten gejaagd, om nog meer kwaad te doen", (t a. p. blz. 151.)

De door Mr. Groen van Prinsterer bepleite vrijheid voor de Afgescheidenen wordt door hem op deze wijze besproken : „De rechtmatige vrijheid was het beste bluschmiddel voor den woedenden brand, terwijl zij aan de Afgescheidenen het streelend en bemoedigend gevoel onder al dien smaad en bij al die schade ontnam van tehehoorentotdelangeen eerbiedwaardige reeks van de bloedgetuigen des Heeren Jezus. Groen heeft de kwestie zelve niet behandeld uit het oogpunt der beginselen. Was de Afscheiding al dan niet in strijd met Gods geboden ? deze vraag heeft hij niet beantwoord." (t. a. p. 155.) En ten slotte: „In 1836 meende Groen van Prinsterer te mogen schrijven : „Een drijfveer van godsdienstigeovertuiging is voor alsnog de eenige drijfveer der meeste Afgescheidenen." Wij kunnen daar niets tegen inbrengen, omdat wij het hart niet kennen." (t. a. p. blz. 167 ) Dr. Vos had er bij kunnen zetten dat hij ook weinig begrip van logica had; want hoe) kan de vrijheid, die in 1852 verleend werd, de van 1834 tot 1852 ondergane vervolgingen ongedaan maken of van karakter veranderen? Volgens die redeneering zijn er nooit „bloedgetuigen des Heeren Jezus" geweest. Nero en zijn opvolgers hebben wel tienduizenden Christenen vermoord, maar .... een paar eeuwen later gaf Constantijn aan de Kerk de viijheid! Daardoor werd dus den Christenen dat „streelend en bemoedigend gevoel" ontnomen;

1 Officiëele stukken, II. Naschrift, blz. 324 v.v.