is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister beproefde over te halen om de aandeelen voor 34 % van de oorspronkelijke waarde aan de Maatschappij over te doen. Het lukte echter niet; de Minister bleek bereid tot de overdracht, wanneer de Maatschappij 40 % wilde betalen boven het dividend over 1854. Nu werd een meer zakelijke toon aangeslagen: op veilingen waren in den laats ten tijd aandeelen verkocht voor 34,28 en 32 %, met het dividend ten faveure van den kooper. Het was zeer de vraag, of wel het volgende jaar een dividend zou kunnen worden uitgekeerd, daar de Willem I noodzakelijk door een ijzeren vaartuig moest worden vervangen. Daarna werd hij weer pathetisch; „Ik kan Heeren Gmimissarissen aamaden om een offer te brengen, maar een offer zoo aanzienlijk als Uwe Excellentie verlangt, daarvoor moet ik zelf terugdeinzen, hoe zoude ik dat verantwoorden ? Eerbiedig neem ik alzoo de vrijheid Uwe Excellentie te smeeken, om het voorstel zoodanig te wijzigen, dat de aandeelen tot 40 % worden overgenomen. SI Het slot is dan, dat de Minister zich laat verbidden; op 18 December werd tot den verkoop besloten en op 12 Januari 1855 betaalde Van Vlissingen ƒ 120.000.— voor de 300 aandeelen. S3 Door deze transactie was de positie der Maatschappij belangrijk verbeterd. De boekwaarde der schepen werd nu ook met de werkelijke waarde in overeenstemnung gebracht. Zij, die alle crediet scheen verloren te hebben, zag in 1856 niet alleen haar kapitaal met een ton gouds uitgebreid, welk bedrag gevonden werd door het scheppen van preferente aandeelen, welke hoogstens 5 % zouden ontvangen en spoedig bij uidoting afgelost zijn, maar zij wist bovendien 250 obligatiën van ƒ1000.— a 41/* % te plaatsen; zij blijkt zich daarvoor een viertal kleine schepen, de Amsterdam, de Harburg, de Jonge Paul en de Jonge Mar ie te hebben aangeschaft. In 1857 werden opnieuw aandeelen geplaatst tot een bedrag van ƒ384.000.—; hiervoor kreeg zij een schip, de Kroonprinses Louise, benevens */« aandeel in de stoomschroefschoonerreederij, terwijl een gelijk deel eener door die reederij aangegane negotiatie door haar werd overgenomen. Voor het eerst werd nu ook een dividend van 4 % uitbetaald! Nog opmerkelijker was de uitbrriding, die de diensten hadden ondergaan. In 1857 voeren haar schepen op de volgende havens: de Willem I en de Kroonprinses Louise op St. Petersburg, de Stoomvaart en de Amsterdam op Hamburg, de Amstel en de Harburg op Harburg, de Jonge Paul en de Jonge Marie op Stettin, de Prins van Oranje op Duinkerken, de Mercurius op Zaandam, de Noord Holland op Stockholm, de Gouverneur van Ewijck en de Burgemeester Huydekooper op