is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nuipum ss. nontng der Nederlanden

Den Helder was belast geweest. Ook als wij rekening houden met de .tukken, waarin getracht wordt verschillende beweringen te ontzenuwen, ïl. een schrijven van de Directie, gedateerd September 1871 en een van de arma De Vries en Co van 6 September, dan krijgen we toch den indruk, lat bij de belading van het stoomschip niet alles zoo ordelijk verloopen is, ils gewenscht geweest was. Alles heeft blijkbaar samengewerkt: de groote ïaast bij het laden, het geheel nieuwe van het werk, zoowel voor de scheepsifficieren als voor de bootwerkers; wellicht ook een zekere verwarring, die voortgekomen kan zijn uit de combinatie van de functies van Directeur :n Cargadoor. Heeft de Q>rnmissie blijkbaar verschillende fouten aangewezen, van haar zijde schijnt zij in zooverre onvoorzichtig te zijn geweest ioor bij het opmaken van haar rapport het bewezene en het beweerde liet streng genoeg gescheiden te houden, waardoor een stuk ontstond, dat lan het crediet der Maatschappij veel kwaad zou kunnen doen en dat niet ian de feiten getoetst kon worden. Zoo sprak zij zich vrij sterk uit door le oorzaak van de brand in het laadruim te zoeken, terwijl van de zijde Ier Directie steeds werd gewezen op de mogehjkheid, dat een hutbrand le oorzaak van de ramp was. Onder deze omstandigheden heeft de Raad ran Bestuur lang geaarzeld wat met het Rapport te doen; eerst aan het ïinde van het jaar schijnt er bekendheid aan te zijn gegeven en wel omitreeks denzelfden tijd, dat ook de cargadoorskwestie tot een oplossing verd gebracht. Zoowel de Raad van Bestuur als het College van Commissarissen kwamen tot de conclusie, dat de combinatie van het Directeur- en iet Cargadoorschap niet in het belang der Maatschappij was en hoewel de ïeer Boissevain herhaaldelijk betoogde, dat de heer Boelen nooit de belangen