is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ja, waaraan ik twijfel, toch bhjft de geleden schade een droevig feit". Verder werden allerlei grieven opgesomd en telkens aan de Directie op de meest hatelijke wijze de schuld aangewreven. Alles zal eerst terecht komen, aldus de onbekende schrijver, als de leden der Directie zich geheel en onverdeeld aan haar taak kunnen wijden. Een der leden heeft reeds zijn ontslag genomen, te hopen is, dat dit het begin is van de gewenschte reorganisatie. Sï De uitgifte eener obhgatie-leening van 3* nulhoen tot bouw van twee nieuwe schepen zou, met een enkele Statutenwijziging, behandeld worden op een buitengewone vergadering van aandeelhouders. Even te voren kwamen echter van vijf Rotterdamsche aandeelhouders, de heeren R. Mees, F. J. Plate, L. Pincoffs, Joh. Pols en W. M. Ruys nog eenige andere voorstellen m in: zij stelden voor uit art. 18 der Statuten de zinsnede te doen vervallen, * welke de Directie machtigde tot het aanstellen van cargadoors en gezagvoerders. De bedoeling was duidelijk; het contract met de firma De Vries en Co. was bekend geworden; ten overvloede bleek dit ook uit het verzoek om dit over te leggen, terwijl in geval van weigering aan de Vergadering zou worden voorgesteld de Directie hiertoe uit te noodigen. §a De bedoelde Algemeene Vergadering, op 25 Maart 1872 gehouden in het Amstelhotel, was buitengewoon druk bezocht; van den Eere-voorzitter was bericht ingekomen, dat hij tot zijn groot leedwezen Luxemburg niet kon verlaten en derhalve niet met de aandeelhouders over de te behandelen gewichtige voorstellen van gedachten kon wisselen. Daar de heer J. G. Bunge, die door het overlijden van zijn vader geheel door zijn eigen zaken in beslag werd genomen, als voorzitter was afgetreden, werd het presidium waargenomen door den heer A. A. Bienfait, die mededeeling deed van het ontslag verleend aan den heer J. G. Boelen, hetwelk gegeven was op de meest eervolle wijze, onder dankzegging voor de bewezen diensten en speciaal voor zijn ijverige medewerking om aan Nederland een stoomvaartlijn op Java te verschaffen. SI Vóór het Rotterdamsche voorstel aan de orde kwam, deelde de voorzitter mee, dat er bij het bestuur geen bezwaar bestond om aan de vergadering mededeeling te doen van het met de firma De Vries en Co. gesloten contract, dat daarop voorgelezen werd. SI De heer L. Pincoffs uit Rotterdam verkreeg nu het woord; hij dankte het bestuur voor de kennisgeving, waardoor de positie veel zuiverder was geworden. Op bezadigde wijze betoogde hij daarop, dat het verkeerd was van „de Rotterdamsche oppositie" te spreken; men wilde daar niets liever