is toegevoegd aan uw favorieten.

Vreemde woordentolk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dent, m. Fr. tand, spitse bergtop; dentist, tandarts. Deo gratias, Lat. Gode, zij dank.

departement, o. Fr. naam der provincie in Frankrijk, ministerie, afdeeling van een genootschap; departementaal, wat tot het departement behoort.

dépêche, vr. Fr. ambtsbericht, telegram.

dependentie, vr. dépendance, vr. Fr. afhankelijkheid, bijgebouw, toebehooren. ■

deplorabel, Fr. jammerlijk, ellendig.

deponeeren, Lat. in bewaring geven, indienen (van een

deportatie, vr. Fr. verbarming naar een strafkolonie; deporteeren, verbannen (van misdadigers).

deposita, mrv. Lat. in bewaring gegeven gelden, depositie, vr. bewaargeving, getuigenis voor de rechtbank; deposito bank, bank, die geld tegen rentevergoeding in bewaring (a deposito) neemt, dépot, o. Fr. bewaarplaats, hetgeen in bewaring gegeven wordt, ten verkoop gegeven voorraad.

depreciatie, vr. Fr. waardevermindering; depreaeeren, in waarde verminderen.

depressie, vr. Fr. daling, gedruktheid; deprimeeren, neer-

dedprofundis, Lat. uit de diepte (roep ik tot ul Ps. 130). begrafenisgezang in de R-K. kerk.

deputatie, vr. Fr. afvaardiging, bezending, eenige personen, die te samen afgevaardigd (gedeputeerd) zijn.

derailleer en, Fr. ontsporen.

derangeeren, Fr. storen, hinderen.

derrière, vr. Fr. achterste.

désastre, m. Fr. ramp; desastreus, rampspoedig.

desavoueeren, Fr. loochenen, (iemands handelingen) met goedkeuren, niet Bekrachtigen.

deserteeren, Fr. uit den dienst, van zijn post wegloopen.

desespereeren, Fr. wanhopen.

déshabillé, o. Fr. nacht-, ochtendgewaad.

desinfecteeren, Fr. ontsmetten; desinfectie, vr. ontsmetting.

desiratum, o. Lat. het begeerde.

desolaat, o. Lat. verlaten, verwoest, troosteloos; desolatie, vr. diepe treurigheid, verwoesting; desoleeren, verwoesten, in diepe droefheid brengen.

desorganiseeren, Fr. in de war sturen; desorganisatie, vr. verstoring, verwarring. '

desperaat, o. Lat wanhopig, radeloos; desperado, bp. wanhopige, waaghals, iemand die niets meer te verhezen heeft.

despoot Gr. onbeperkt (despotisch) heerscher; despotisme, o. dwingelandij.

dessendiaan, drukletter ter dikte van 10 punten.

detacheeren, Fr. militairen of ambtenaren van hun standplaats tijdelijk elders heenzenden; detachement, o. afgezonden troep soldaten.