is toegevoegd aan uw favorieten.

Boven menschelijke kracht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE TOONEEL

Klara. Heb je ze geroepen ? Hanna. Natuurlijk. — Weet je wat ik,geloof ? — Klara. O God, ja! — O, ik begin zoo te beven. Hanna. Is daar wat aan te doen ?

Klara. Neen; ik moet het zelf zien tegen te gaan. — m 01 — Er was gisteren iets vreemds in hun oogen. Nu begrijp ik het.

Hanna. Ze hebben hun vaders geloof niet meer. Klara. Hun vaders geloof niet meer. — Wat moeten ze geleden en gestreden hebben, die stakkers 1 — Zij, die hem boven alles in de wereld eeren en liefhebben! Hanna. Daarom waren' zij gisteren zoo stil. Klara. Ja, daarom werden ze door elke kleinigheid zoo bewogen. — O, daarom heeft Rachel ook om je geschreven. Er moest iemand hier zijn — zelf durfde ze 't niet aan. Hanna. Ja, zoo is het zeker. — Wat hebben ze daarmee geworsteld ! dat weet je niet! Klara. Ach, die stakkers, die stakkers! Hanna. Daar komt Elias aan. Klara. Is hij daar ?

Elias (valt op de knieën bij zijn moeders bed, 't gezicht in de handen.) O, Moeder!

Klara. Ja, ja, ik weet het.

Elias. Weet u het ? 't Kon niet erger! Klara. Neen, 't kon niet erger.

Elias. Toen hij gisteren zei, dat we van morgen om zeven uur. . .

Klara. Stil. — Ik kan 't niet verdragen. Hanna. Je moeder kan 't niet verdragen.

Elias. Neen, neen! Ik wist wel, dat het komen moest.

Op een of andere manier, 't Moest eindelijk komen.

Hanna Kun je 't aanhooren ?

Klara. Ik moet het weten, — zeg me eens . . . ?

Hanna. Wat is er ?

Klara. Elias . . . ben je daar niet ?

Elias. Ik ben hier, Moeder.

Klara. Rachel ?

Elias. Wat bedoelt u. Moeder ?

Klara. Waar is Rachel ?

Elias. Ze staat nu op. Ze heeft met me 'gewaakt tot van