is toegevoegd aan uw favorieten.

Irenaeus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een en ander kwade (dingen) rijn voor wie er in vervallen*)2 ee ï, Indien er echter één Vader was die de rust schenkt en een andere God die het vuur gereed gemaakt heeft, dan zouden hunne kinderen eveneens ongelijk geweest zijn, daar de eene (ze) naar het rijk des Vaders zendt, doch de andere (ze zendt) naar het eeuwige vuur. Daar evenwel een en dezelfde Heer betoogd heeft, dat bn het gericht geheel het menscheUjk geslacht gescheiden wordt geüjk een herder de schapen van de bokken scheidt ), en hij' tot de eenen zal zeggen: „Komt, gij gezegenden mnns Vaders I ontvangt het koninkrijk dat voor ulieden bereid is ), maar tot anderen: „Gaat weg van mij, gjj vervloekten! in het eeuwige vuur, dat mijn Vader bereid heeft voor den duivel en znne engelen" «) blijkt ten duideUjkste dat het een en dezelfde Vader is die den vrede maakt en het kwaad schept -), en voor beiden toebereidt wat geschikt is, gelnk ook één Rechter, die beiden naar de geschikte plaats zendt. Zoo ook heeft de Heer het duidelijk gemaakt m de gelijkenis van het onkruid in de tarwe, toen luj zeide: „Gelnk het onkruid bijeengelezen en met vuur verbrand wordt, zóó zal het znn in de voleinding der eeuw. De Zoon des menschen zal znne engelen uitzenden, en zn zullen uit znn koninkrijk bneenlezen al wat ergernis geeft, en hen die de ongerechtigheid doen, en zullen hen in den vuuroven werpen; daar zal het geween znn en het tandengeknars. Alsdan zullen de rechtvaardigen schitteren gelijk de zon in het koninkrijk huns Vaders" °). Derhalve heeft dezelfde Vader die voor de rechtvaardigen znn komnkrnk bereid heeft, waarin de Zoon de zijner waardigen heeft opgenomen, tevens den vuur-oven gereed gemaakt, waarin de engelen, die door den Zoon des menschen gezonden znn, krachtens Gods bevel werpen zullen wie het verdiend hebben.

3 (., Deze (God) nameUjk heeft in znnen akker het goede zaad

.) Deze § in 't Gr. bij Joh. presb. et mon. Eclogae. >) Matth. 85:88. *> &*• „„ t. .„ ' V8, *

■) Verg.§l. «) Matth. 13 •.40-48.