is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlaten zij het nest en als zij ongeveer een maand oud zijn, ruien zij de eerste lichaamsveeren van het nestkleed. Zij krijgen dan een nieuw vederkleed, dat van het eerste maar weinig verschilt en dat zoowat volledig is uitgegroeid als zij den leeftijd van 2V2 maand bereikt hebben. De vleugel- en staartpennen worden hierbij niet geruid. De roep, dien de jongen in en ook den eersten tijd buiten het nest laten hooren, klinkt ongeveer als „tje-doèk, tje-doèk".

Over het geheel is de wielewaal een schuwe, wilde en twistzieke vogel, die zijn vijanden zooals kraaien, katten e.d. geducht kan attaqueeren, waarbij hij een heftig geschetter laat hooren. Karakteristiek is zijn wijze van baden, want behalve dat hij soms aan den oever in het water kan zitten plassen, baadt hij ook wel door in de vlucht een dompeling te maken, ongeveer zooals de zwaluwen doen. Hij vliegt daartoe van een boomtak vrij steil omlaag naar het wateroppervlak, plast even half onder en vliegt weer naar zijn punt van uitgang terug, welke manoeuvre hij verscheidene malen achtereen kan herhalen. Het voedsel van den wielewaal bestaat uit allerlei insecten, zooals kevers, vlinders, rupsen, zoowel de groote harige rupsen van spinners als die van kleine motjes; later in het seizoen eet hij ook kersen, bessen, frambozen en andere vruchten.