is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orde PASSERIFORMES. Familie FRINGILLIDAE.

N°. 347Emberiza citrinella Linnaeus.

DE GEELGORS.

Plaat 387: oud ó, oud ? en jong 6.

Emberiza citrinella Linnaeus, Syst. Nat. ed. X, 1758, p. 177. Nozeman en Sepp, Ned. Vog. II, 1789, p. 115, pl. 61. Temminck, Man. d'Orn. 1815, p. 178. Id. id. 2e éd. I, 1820, p. 304; III, 1835, p. 218. Schlegel, Vog. van Ned. 1854—'58, p. 303, pl. 154. Id. Nat. Hist. van Ned. Vog. 1860, p. 116, pl. 15, fig. 2, 3 en 3a. Albarda, Aves neerl. 1897, p. I9-Van Oort, Notes Leyden Mus. XXX, 1908—'09, p. 212. Van Pelt Lechner, Ooi. neerl. I, 1910—'13, pl. 24.

Emberiza citrinella citrinella, Snouckaert van Schauburg, Avif. neerl. 1908, p. 19. Id. Jaarber. no. 5 Club nederl. vogelk. 1915, p. 71. Van Oordt en Verwey, Voorkomen en trek Ned. vogelsoorten, 1925, p. 94. Hens, Avif. Limburg, 1926, p. 45.

Nederlandsche volksnamen: Haverkneu, Geelgierst, Geelvink, Gierstvink, Gerstkneu, Geelkneu, Gelegast, Geleguur, Geelgeus, Drifter; in Noord-Brabant :Sep, Schrijver, Schrieverik, Duut; in Groningen: Geelstjirt, Koreoos, Schrijverke; in Limburg: Gele schriever, Gelegeusje, Gelegargol, Gelenörgel (Hens). Friesch: Gielfink, Gieltsjert, Gele gaerse, Gele müske (de Vries).

Engelsch: Yellow Bunting.

Duitsch: Goldammer.

Fransch: Bruant jaune.

Beschrijving. Oud ó. Vederen van voorhoofd, bovenkop, achterhoofd, bovenste gedeelte van den achterhals, kopzijden, halszijden, kin, keel en voorhals hoog citroengeel, enkele vederen met bruinachtig groene uiteinden, waardoor een streep gevormd wordt dwars over het voorhoofd, een aan weerszijden van den bovenkop tot den achterhals en een van achteren rond de oordekvederen, en enkele vlekken op bovenkop, achterhoofd en achterhals; benedengedeelte van den achterhals grijsachtig groen; ter weerszijden van keel en voorhals een min of meer duidelijke roodbruine baardstreep; vederen van rug en schouders geelbruin of roodachtig bruin met zwarte schachtstreep en groenachtige zoomen; stuitvederen roodbruin met bruingele zoomen; onderzijde van het lichaam hoog citroengeel, bovenborst grijsgroen, borstzijden, soms ook het midden van de borst, roodbruin; lichaamszijden geel met roodbruine schachtstrepen of geelbruin of roodbruin met bruinzwarte schachtstrepen; groote slagpennen donkerbruin,